Treinleed

Hoeveel zakken heeft een mens in zijn kleding? Vier in mijn winterjas, een in het overhemd, vier in de spijkerbroek. Overal kan het treinkaartje zitten, in de negen zakken van mijn kleding. Of toch in een van de drieëntwintig vakjes die m’n portemonnee telt. Dan is er nog m’n tas, volgeladen met allerlei overbodige spullen. In het zijvak van mijn tas zitten de bonnetjes waar ik altijd om vraag om bij te houden waar mijn geld naartoe is gegaan na een dag winkelen.

Meestal vind ik die bonnetjes pas weer terug als ik na een half jaar dat vak van m’n tas openmaakt en de bonnetjes vervolgens meteen weggooi. Ik kan mijn treinkaartje niet vinden. Alles zoek ik af in mijn zoektocht naar het te duur stukje papier waarmee ik vandaag kan genieten van alle onverstaanbare of niet te interpreteren omroepmededelingen, vertragingen en wisselstoringen. Want vandaag reis ik met de trein.

Het vervoermiddel voor NS personeel waar je, als je er veel geld voor over hebt ook een ritje mee mag maken. En met een beetje pech mag je misschien ook nog twee uur staan, en word je uiteindelijk in een tochtgat gedumpt met de naam Station. Waar je veel langer dan van te voren beloofd op je aansluitende trein moet wachten.

Hij is net binnengekomen, de conducteur. Ik heb er wel eens eerder een gezien. Hij draagt kleding met een NS logo en komt bij je om een onleesbaar iets op je treinkaartje te stempelen. Hij staat nu nog achterin de coupé een bon uit te schrijven voor een onverzorgd type die geen kaartje had.

Ik sta op en balanceer tussen de twee banken in die bezaaid zijn met Metro’s en Spitsen. Ik breek bijna mijn nek over de weekendbijlage van de Telegraaf waarvan ik me afvraag wat dit ding hier doet, en niet thuis op een of andere wc. Daar waar die hoort, zijn natuurlijke leefomgeving. Ik zoek al mijn zakken af terwijl de conducteur steeds dichterbij komt. Van alles komt naar boven, nog meer bonnetjes, kauwgum, boodschappenlijstjes. Ondertussen mijn evenwicht bewarend wat bemoeilijkt wordt door de schokkende trein, wissels en de onwil van een irritante bejaarde tegenover me om zijn benen even aan de kant te doen. Maar geen kaartje.

De trein stopt nu op station Utrecht, de stad waar ik alleen maar kom als er een feestje in de Jaarbeurs te vieren is. Ik moet eruit, en ik ren als een bezetene naar spoor 8a. Hijgend gooi ik me in de eerste de beste bank die ik tegenkom en  een oudere, vreemd uitziende vrouw met hond komt nu tegenover me zitten. Ze legt een dekentje neer op de bank en de hond springt erop. De vrouw pakt een thermoskan met koffie en schenkt zichzelf en haar hond ook iets in. Vervolgens pakt ze een labellostift en begint haar lippen te stiften. Daarna pakt ze de hond en begint de neus in te smeren met labello, ‘tegen het uitdrogen’.  Wat een wereld. Ik verschuil me maar weer achter mijn Spits.

De deur in de verte schuift weer open. De conducteur overziet zijn territorium en komt met snelle passen dichterbij nu. Hij is nog maar een paar banken verwijderd van me. Ik kruip in een hoekje. Plotseling schuift de deur naast me open en gerinkel vult de coupé. Blije gezichten overal om me heen. Het is de koffie-machinist. Eerst vult ongeloof mijn ogen bij het zien van dit naar mijn idee uitgestorven NS-personeelslid. De man begint vrolijk te vragen of er nog iemand van koffie danwel andere versnapering voorzien wil worden. Plotseling zie ik mijn voordeel in de verschijning van de Railtender. (Dat was het woord) Hij blokkeert de weg van de conducteur met zijn karretje vol lekkers. Ik bestel maar een koffie, want ik moet toch iets om de tijd te doden. De conducteur kijkt smerig naar de railtender, want twee mensen in een gangpad is overduidelijk teveel van het goede.

Ik ga weer zitten en zoek verder naar mijn kaartje. Plotseling een schok en met piepende remmen komt de trein tot stilstand. Het zal toch niet? Na een paar minuten stilte roept de machinist om dat er niets aan de hand is maar dat er een auto geparkeerd staat op een overweg. En ik verwonder mij er weer over hoe (les)automobilisten het toch elke keer weer voor elkaar krijgen om hun auto tussen twee spoorbomen te manoeuvreren. En mijn vertraging loopt weer op naar een half uur. In het hokje achter in de coupé krijgt de conducteur een knap staaltje treinagressie te verduren als een man hem bedreigt met een vouwfiets. De conducteur pakt zijn walkietalkie en na een paar minuten arriveert warempel een tweede kaartjesknipper. Ik verwonder me erover dat er twee van deze sporadisch gesignaleerde personen op mijn trein zitten. Ik lees voor de zesde keer mijn Spits.

Na een half uur stopt mijn trein uiteindelijk in Den Haag Centraal. Ik pak snel mijn spullen om zo de conducteur voor te zijn. Aan de kant allemaal. ‘Meneer!’ klinkt het plotseling achter me. Kut, hij heeft me gezien. Als een bezetene baan ik mij een weg naar de uitgang. Ik val over uitstekende benen, vouwfietsen, koffers, nog meer weekendbijlages en slapende backpackers. ‘Meneer!’ Ik ben er bijna, ik ben bijna bij de deur die net voor mijn neus dichtschuift. “Automatic” ik duw m open en loop naar de uitgang van mijn coupe. Ik heb geen zin om 80 euro te betalen voor een rit die ik al betaald heb. Ik was vanochtend al bij het krieken van de dag om een kaartje te kopen. Ik kocht het kaartje zelfs bij de door bejaarden gemeden automaat. Wat een reis, conducteurs, wisselstoringen, labellohonden. En terwijl ik mezelf al zie verdedigen tegenover de conducteur grijpt een hand mijn op mijn schouder. Het is hem.

‘Meneer, u hebt uw kaartje op het tafeltje laten liggen’

Advertenties

One thought on “Treinleed

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s